Auto van de zaak en belasting
Als werknemer kun je van je werkgever een auto van de zaak krijgen. Je mag die auto gebruiken voor zakelijke ritten, maar vaak ook voor privéritten. Als je meer dan 500 kilometer per jaar privé rijdt, moet je bijtelling betalen. De Belastingdienst ziet het privégebruik van een zakelijke auto namelijk als een vorm van loon in natura. Dat betekent dat je een deel van de waarde van de auto bij je belastbare inkomen moet optellen.
Hoe de bijtelling wordt berekend
De bijtelling is een percentage van de cataloguswaarde van de auto. De cataloguswaarde is de oorspronkelijke nieuwprijs inclusief btw en bpm. Het percentage hangt af van de CO₂-uitstoot en het type auto. Voor de meeste auto’s geldt het standaardtarief, maar elektrische auto’s kunnen een lager percentage hebben. Dit bedrag wordt opgeteld bij je loon en daar betaal je inkomstenbelasting over. De werkgever houdt dit vaak automatisch in via de loonadministratie.
Minder dan 500 kilometer privé rijden
Als je de auto van de zaak niet of nauwelijks privé gebruikt, kun je de bijtelling vermijden. Daarvoor moet je aantonen dat je minder dan 500 kilometer per jaar privé rijdt. Je hebt dan een sluitende rittenregistratie nodig. Die moet per rit aangeven wanneer, waarheen en waarom je hebt gereden. Zonder die registratie gaat de Belastingdienst er automatisch van uit dat je de auto ook privé gebruikt. Dan geldt de volledige bijtelling.
Werkgever brengt kosten voor privégebruik in rekening
Sommige werkgevers brengen kosten voor privégebruik van de auto in rekening. Denk aan een maandelijkse bijdrage die je betaalt om de auto privé te mogen gebruiken. Deze eigen bijdrage mag worden afgetrokken van het bijtellingsbedrag. Hierdoor wordt het belastbare bedrag lager. Betaal je bijvoorbeeld elke maand een vast bedrag aan je werkgever, dan kan dat direct invloed hebben op de hoogte van de bijtelling. De Belastingdienst accepteert deze aftrek als deze goed is vastgelegd.
Belangrijk verschil tussen eigen bijdrage en rittenadministratie
Een eigen bijdrage is niet hetzelfde als het vermijden van bijtelling. Je kunt alleen volledig vrijgesteld worden van bijtelling als je minder dan 500 kilometer per jaar privé rijdt en dit kunt aantonen. Betaal je een eigen bijdrage maar rijd je meer dan 500 kilometer privé, dan blijft de bijtelling van toepassing. Wel wordt de eigen bijdrage in mindering gebracht op het bijtellingsbedrag, wat zorgt voor een lagere belastingdruk.
Privégebruik en controle door de Belastingdienst
De Belastingdienst controleert regelmatig of werknemers de auto correct gebruiken en of de bijtelling juist is toegepast. Bij een rittenregistratie moet alle informatie volledig en betrouwbaar zijn. Bij een eigen bijdrage moet deze aantoonbaar zijn vastgelegd in de loonadministratie of een overeenkomst met de werkgever. Wie geen sluitende gegevens heeft, loopt het risico dat de Belastingdienst alsnog de volledige bijtelling oplegt.
Auto inleveren of wisselen
Sommige werknemers kiezen ervoor om de auto tijdelijk in te leveren of te wisselen. Dat kan bijvoorbeeld bij langdurig verlof of als de auto tijdelijk niet wordt gebruikt. In die situatie kan de werkgever de bijtelling stopzetten, mits je de auto echt niet privé kunt gebruiken. Ook hier moet dit goed worden vastgelegd om problemen achteraf te voorkomen.
Verschil tussen nieuwe en oudere auto’s
Bijtelling geldt voor zowel nieuwe als oudere auto’s. Het bedrag is altijd gebaseerd op de oorspronkelijke cataloguswaarde, niet op de huidige dagwaarde. Dat kan betekenen dat de bijtelling voor een oudere auto nog steeds hoog uitvalt. Veel werknemers bellen de Belastingtelefoon om te berekenen wat de bijtelling voor hun auto precies betekent. Zo krijgen ze inzicht in wat ze netto per maand overhouden.